irrigeren

werkw.
Uitspraak:  [ɪri'xerə(n)]
Vervoegingen:  irrigeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïrrigeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) op kunstmatige wijze water toevoeren aan (gewassen) landbouw
Voorbeeld:  `in de zomer je tuinbouwgewassen irrigeren met een irrigatiesysteem`

2) (een wond of lichaamsdeel) uitspoelen medisch
Voorbeeld:  `je darmen irrigeren als laxeermiddel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bevloeien

6 definities op Encyclo
  1. van voldoende water voorzien door middel van kanalen, sloten of greppels die in het terrein worden aangelegd; bevloeien
  2. besproeien of uitspoelen
  3. • [landbouw] op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien.
  4. 1) Besproeien 2) Bevloeien 3) Bewateren 4) Uitspoelen
  5. [Aardrijkskunde] Het kunstmatig bevloeien van landbouwgronden
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
irrigeren (bevloeien)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 93% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `irrigeren`.