de infrastructuur

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['ɪnfrastrʏktyr]
Verbuigingen:  infrastruc|turen (meerv.)

verbindingen die mensen in een bepaald gebied gebruiken
Voorbeelden:  `De infrastructuur bestaat uit wegen, spoorwegen, vaarwegen, stations, havens, bekabeling, riolering, glasvezelnet.`,
`De overheid is meestal verantwoordelijk voor aanleg en beheer van de infrastructuur.`

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'infrastructuur' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden beginnen met infrastructuur:
 infrastructuurfonds

25 definities op Encyclo
I.) voorzieningen in een wijk of gebied, waardoor het goed kan functioneren. Bruggen, wegen, spoorlijnen, enz. vallen onder de infrastructuur.
II.) De infrastructuur betreft middelen waar een bedrijf van gebruik maakt met de volgende basiskenmerken: het middel heeft een relatief duurzaam of permanent karakter; het ...
III.) De infrastructuur betreft middelen waar een bedrijf van gebruik maakt met de volgende basiskenmerken: het middel heeft een relatief duurzaam of permanent karakter; het ...
IV.) Infrastructuur is het geheel aan verbindingen in een bepaald gebied. Onder die verbindingen kun je rekenen alle wegen, waterwegen, spoorwegen, vliegvelden, telefoon, tele...
V.) Infrastructuur is het geheel aan verbindingen in een bepaald gebied. Onder die verbindingen kun je rekenen alle wegen, waterwegen, spoorwegen, vliegvelden, telefoon, tele...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `infrastructuur` kennen.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
infrastructuur (onroerende voorzieningen voor het economische leven)