improviseren

werkw.
Uitspraak:  [ɪmproviˈzerə(n)]
Vervoegingen:  improviseerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïmproviseerd (volt.deelw.)

1) met weinig middelen (een probleem) oplossen
Voorbeeld:  `Er kwamen zo veel mensen dat ze moesten improviseren om iedereen te helpen.`

2) terwijl je een muziekinstrument bespeelt bedenken hoe je verder speelt muziek
Voorbeeld:  `Jazzmuzikanten improviseren vaak in een solo.`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Waar komt met kunst- en vliegwerk vandaan? Zie Met kunst- en vliegwerk

6 definities op Encyclo
  • zonder vooraf gaande aanwijzingen iets creëren, bijvoorbeeld muziek, dans, theater of film.
  • Zie improvisatie.
  • ter plekke bedenken vb: de toneelspelers improviseerden een toneelstukje
  • Categorie:Portaal:Jalisco-Geschiedenismaand ...
  • voor het ogenblik bedenken Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met improviseren:
    improviserenderwijs

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    improviseren (onvoorbereid bedenken en uitvoeren)