de immuniteit

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ɪmyni'tɛit]
Verbuigingen:  immuniteit|en (meerv.)

1) kracht van je lichaam waardoor je een bepaalde ziekte niet kunt krijgen medisch
Voorbeelden:  `Als je bepaalde besmettelijke ziekten een keer hebt gehad, bouwt je lichaam immuniteit daartegen op.`,
`Immuniteit tegen pokken duurt bijna een heel leven, constateren onderzoekers.`
Synoniemen:  weerstand, resistentie

2) status dat een rechter je niet mag beoordelen en straffen poliek
Voorbeeld:  `immuniteit genieten vanwege je functie`
Synoniem:  onschendbaarheid
diplomatieke immuniteit  (beschermde status van diplomaten in functie waardoor ze niet kunnen worden gestraft voor wetsovertredingen)
parlementaire immuniteit  (beschermde status van gekozen parlementsleden die nooit kunnen worden vervolgd voor hun mening of stemgedrag)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
onkwetsbaarheid onschendbaarheid onvatbaarheid onvatbaarheid voor ziekte

22 definities op Encyclo
  1. Weerstand tegen een bepaalde ziekte. De immuniteit kan actief of passief verworven zijn.
  2. Onvatbaar voor een parasiet. (Zie ook `tolerantie`)  guy.dekinder@bigfoot.com
  3. Een toestand van relatieve resistentie tegen een infectie die aangeboren kan zijn (van geërfde eigenschappen) of die actief of passief is verkregen, natuurlijk of kunstm...
  4. Weerstandsvermogen tegen vreemde binnendringende organismen.
  5. De vrijwaring van bepaalde juridische consequenties voor daden die men heeft begaan. Diplomaten genieten immuniteit, echter in een mate die afhankelijk is van het plaatse...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met immuniteit:
immuniteiten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
immuniteit (niet-onderworpen zijn aan wetten, onvatbaarheid)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `immuniteit`.