de huwelijksdag

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['hywələksdɑx]
Verbuigingen:  huwelijksdag|en (meerv.)

dag waarop je trouwt
Voorbeelden:  `een onvergetelijke huwelijksdag`,
`Mijn man is nog nooit onze huwelijksdag vergeten.`
Synoniemen:  huwelijk (1), trouwdag

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bruiloftsdag trouwdag

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Bruiloftsdag 2) Datum van trouwen 3) Trouwdag
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `huwelijksdag`.