hun

pronoun
Uitspraak:  [hʏn]

1) <je zegt dit als iets van meer mensen is>
Voorbeeld:  `De buren hebben hun huis verkocht.`

2) <je zegt dit als je over meer mensen praat>
aan of voor betrokkenen
Voorbeeld:  `Ik heb hun mijn huisadres gegeven.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hen mof

Spreekwoorden en zegswijzen
• gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
• een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
• de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
• de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
• de dingen bij hun naam noemen (=zeggen waar het op staat)
Toon alle 7 spreekwoorden die hun bevatten

Taaladvies
  1. Hen / hun: (dat maakt - niet uit) Wat is correct: Dat maakt hen niet uit of Dat maakt hun niet uit?
  2. Hen / hun: (de laatste maanden zijn - de vreselijkste dingen overkomen) Wat is correct: De laatste maanden zijn hen de vreselijkste dingen overkomen of De laatste maanden zijn hun de vreselijkste dingen overkomen?
  3. Hen / hun: (het ontgaat -) Moet hen of hun gebruikt worden bij ontgaan?


9 definities op Encyclo
  1. derde persoon meervoud, bij object zonder 'aan' vb: ik geef hun een cadeau bezittelijk: hij is van die andere mensen vb: het is hun paard
  2. bamboe mondharp uit Thailand
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [persoonlijk voornaamwoord] - (iets) geven, - schrijven; ik zend het -. ~, bez, vnw. - heer, - kind, - boek; spreekt gij van onze boeke...
  4. Hun is een Duitse jongensnaam. Het betekent `krijger`.
  5. [Nederlands] bezittelijk voornaamwoord (geeft bezit aan, van hun). Meewerkend voorwerp zonder voorzetsel (aan hun).
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hun:
hun geluk beproevenhunebedhunkerhunkerdehunkerdenhunkerenhunkeren naarhunkerthunnebedHunnenhunthuntenhunttehuntten

Deze woorden eindigen op hun:
schun

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hun (voornaamwoord)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hun`.