de hond

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [hɔnt]
Verbuigingen:  hond|en (meerv.)

dier dat blaft
Voorbeeld:  `Veel mensen hebben een hond als huisdier.`
jonge hond  (iemand die jong, enthousiast en nog een beetje naïef is) `Dat computerbedrijf heeft een stel jonge honden in dienst.`
geen hond  (niemand) `De inzameling belooft niet veel goeds, er is nog geen hond geweest.`
als een hond behandelen  ((iemand) slecht behandelen)
de gebeten hond zijn  (de schuld krijgen)
bekend zijn als de bonte hond  (ongunstig bekend staan)
blaffende honden bijten niet  (voor mensen die een hoop herrie maken hoef je niet bang te zijn)
de honden lusten er geen brood van  (het is schandalig)
de hond in de pot vinden  (komen als het eten op is)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eik eikel fik hondje klootzak lul mormel schobbejak schoelje schoft smeerlap

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo ziek als een hond zijn. (=zeer ziek zijn, doodziek op bed liggen.)
• zo welkom als een hond in de keuken (=absoluut niet welkom)
• wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven. (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld.)
• wie met honden omgaat, krijgt vlooien. (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over.)
• wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok. (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden.)
Toon alle 24 spreekwoorden die hond bevatten

Taaladvies
Jan z'n / Jans hond: Is Jan z'n hond goed, of mag alleen Jans hond gebruikt worden?

Intensiveringen
Hoe kun je met hond een ander begrip versterken?
hijgen als een hond; hondsberoerd; hondsbrutaal; hondsmoeilijk; hondstrouw; hondszwaar; jongehonderig; moe als een hond; sterven als een hond; trouw als een hond; verkouden als een hond; ziek als een hond; trots als een hond met zeven lullen; blij als een hond met zeven staarten; speels als een jonge hond; dartel als een jonge hond; als kat en hond leven; haren op een hond; als een hond in een kegelspel;

12 definities op Encyclo
  1. trouw, vriendschap, hulp, waakzaamheid. Vriend en steun voor de mens. Of: slaafsheid, onderdanigheid. Honden zouden geesten kunnen zien en ons voor gevaar kunnen waarschu...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), zeker viervoetig huisdier [inzonderheid] tot bewaking van het huis geschikt); naam van een gestarnte; [figuurlijk] bekend als...
  3. huisdier dat kan blaffen vb: veel mensen in Nederland hebben een hond er kwam geen hond [er kwam niemand] zo ziek als een hond zijn [heel erg ziek] geen slapende honden w...
  4. 1) Alleseter 2) Attribuut van een heilige 3) Beest 4) Blaffer 5) Dier 6) Eik 7) Fik 8) Gedomesticeerd dier 9) Gladakker 10) Hondje 11) Huisdier 12) Keffertje 13) Kip 14) ...
  5. zoogdier dat een gedomesticeerde afstammeling van de wolven is, dat voorkomt in een veelheid van gefokte rassen en van kruisingen, dat als huisdier wordt gehouden om te w...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hond:
hondenhondenasielenhondenasielshondenbelastinghondenbrokkenhondenfokkerhondenfokkershondengevechthondengevechtenhondenhokhondenlulhondenlullenhondenpoephondenrashondenriemenhondenschoolhondenslagerhondenvlohondenweerhondenziekte
Toon alle woorden die beginnen met hond

Deze woorden eindigen op hond:
bastaardhondherdershondschoothondstraathondwindhondcircushondprivacywaakhondrodehondlepelhondspeurhondblindengeleidehondzwerfhondpolitiehondwaakhondzeehondgewone zeehondwilde hondwasbeerhondgrijze zeehondDuitse herdershond
Toon alle woorden die eindigen op hond

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. hond (huisdier)
  2. hond (landmaat van 100 roeden)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hond` kennen.