de hijs

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  hijsen
Verbuigingen:  hijsje

1) het hijsen

2) hijswerktuig.

3) de hoeveelheid die men in één keer op kan hijsen

4) klap.


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• de zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...zen), Hijze, v. (-n), zijde rookvlees.
  2. 1a> de lengte van het voorlijk. b> het voorlijk zelf. c> de afstand, dat het zeil gehesen kan worden. HOOG IN DE HIJS HANGEN: hoog opgehesen zijn. 2> de lijn die door de ...
  3. •het hijsen. •hijswerktuig. •de hoeveelheid die men in één keer op kan hijsen. •klap. •zijde van een zeil waar dit gehesen wordt, voorlijk. •stokzijde van e...
  4. (1) Voorlijk van een zeil. (2) Stokzijde van een vlag.
  5. hijshandeling
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hijs:
hijs ophijsblokhijsblokkenhijsenhijskraanhijskranenhijsthijstouwhijstouwenhijswerktuig

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hijs (stuk rookvlees)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `hijs`.