de hang

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [hɑŋ]

een hang hebben naar...  (sterk verlangen naar (iets)) `Ik heb een onbedwingbare hang naar vernieuwing.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
geneigdheid gezindheid inclinatie neiging

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
• zijn kap over de haag hangen (=uittreden uit klooster of priesterschap)
• zich tussen hangen en wurgen bevinden (=zich in gevaarlijke en moeilijke omstandigheden bevinden)
• wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitgeven)
• in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
Toon alle 35 spreekwoorden die hang bevatten

8 definities op Encyclo
  1. •de neiging tot iets.
  2. er grote behoefte aan hebben vb: hij heeft een hang naar roem Synoniem: verlangen
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] hout -, ijzer -, (ook) plaats waar men iets aan- of ophangt, [bijvoorbeeld] bokkinghang). ~BAST, ~EBAST, m. verdikt...
  4. Hang is een Latijnse meisjesnaam. Het betekent `maan`.
  5. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 rek aan den muur.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hang:
hang aanhang aaneenhang afhang omhang ophang overhang rondhang samenhang uithang voorhangaarhangaarshangarhangarshangborstenhangbuikhangenhangendhangendehanger
Toon alle woorden die beginnen met hang

Deze woorden eindigen op hang:
aanhangbehangsamenhang
Toon alle woorden die eindigen op hang

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `hang`.