de handicap

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhɛndikɛp]
Verbuigingen:  handicap|s (meerv.)

1) lichamelijke of geestelijke beperking
Voorbeelden:  `voorzieningen voor mensen met een handicap`,
`verstandelijk gehandicapt`

2) speelsterkte van een golfer, uitgedrukt in het aantal slagen dat de speler gemiddeld nodig heeft om 18 holes te spelen boven de par van de baan sport
Voorbeeld:  `Wat is je handicap?`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwijking belemmering gebrek lichaamsgebrek

Intensiveringen
Hoe kun je handicap krachtiger uitdrukken?
zware handicap;

13 definities op Encyclo
  1. Cijfer dat aan elke speler wordt toegekend en dat het gemiddelde verschil aangeeft tussen zijn score en de par van de golfbaan.
  2. De handicap van een bepaalde speler is mede bepalend voor het aantal slagen (strokes) dat deze speler mag aftrekken van zijn werkelijke score op een hole, waardoor deze s...
  3. Een toekenning van slagen voor één of meer holes, die twee golfspelers van heel verschillende aanleg, in staat stelt om even slecht te scoren op dezelfde baan.
  4. Het getal wat aangeeft (bij strokeplay) hoeveel slagen de speler (gemiddeld) meer nodig heeft dan de par van de baan.
  5. door een stoornis of beperking veroorzaakt lichamelijk of geestelijk onvermogen om normaal te kunnen functioneren
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met handicap:
handicappenhandicapshandicapt

Herkomst volgens etymologiebank.nl
handicap (gebrek, belemmering)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `handicap` kennen.