de grutter

zelfst.naamw. (m.)
Afbreekpatroon:  'grut - ter

1) kruidenier;
verkoper van grutterswaren (verouderd)
ambacht

2) iemand met als beroep het maken van boekweitgrutten

3) bekrompen persoon
Synoniem:  kruidenier


Spelling
Correct gespeld: 'grutter' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden beginnen met grutter:
 grutters

Deze woorden eindigen op grutter:
 grootgrutter

2 definities op Encyclo
I.) Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), die meel, gort, boonen, erwten enz. verkoopt. ~IJ, v. (-en), grutterswinkel; plaats waar garst gepeld wordt. ~SKAR, v. (-ren)....
II.) 1) Beroep 2) Beroepen en ambten 3) Gortmolenaar 4) Kruidenier 5) Kruidenier in een molen (crypt.) 6) Persoonsbenaming 7) Verkoopt hij kleine kinderen (crypt.)
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 86% van de Nederlanders en 26% van de Vlamingen het woord `grutter`.