de grossier

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  grossiers

iemand die in het groot verkoopt, een groothandelaar


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
groothandel groothandelaar

7 definities op Encyclo
  1. Groothandelaar, deze koopt goederen in grote hoeveelheden en verkoopt ze door aan derden.
  2. Groothandelaar, deze koopt goederen in grote hoeveelheden en verkoopt ze door aan derden.
  3. grof; karakterisering voor wijnen met weinig of geen verfijning.
  4. 1) Beroep 2) Groothandel 3) Groothandelaar 4) Groothandelsbedrijf 5) Koopman 6) Tussenhandelaar 7) Zakenman
  5. groothandelaar die vooral op de binnenlandse markt inkoopt en levert aan de detailhandel en aan grootverbruikers
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met grossier:
grossierdegrossierdengrossierderijengrossierengrossiersgrossiersprijsgrossiersprijzengrossiert

Herkomst volgens etymologiebank.nl
grossier (groothandelaar)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 90% van de Nederlanders en 82% van de Vlamingen het woord `grossier`.