de glans

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [xlɑns]

1) weerspiegeling van een glad en glimmend oppervlak
Voorbeeld:  `de glans van goud`

2) iets extra's waardoor iets mooier is
Voorbeeld:  `De revolutie heeft zijn glans verloren.`
met glans  (met een mooi resultaat) `met glans slagen voor je examen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blankheid fonkeling glanslaag gloed glorie luister poel praal pracht pronk schijn schijnsel schitteren straling

11 definities op Encyclo
  1. weerspiegeling van een glad oppervlak vb: het hout is erg glad: er ligt helemaal een glans over met glans geslaagd [met hele hoge cijfers]
  2. De weerschijn op het oppervlak van een mineraal; de mate waarin die weerschijn zich aan het oog voordoet.
  3. Een weerspiegelende oppervlaktekwaliteit die minder stralend is dan hoogglans en die meer een gevoel van glans dan van diepte aan de afwerking geeft. Categorie: Kenmerken...
  4. optische eigenschap van een oppervlak waardoor het licht kan worden weerkaatst.
  5. Let op: Spelling van 1858 een houten toestel, met rollen en staven, waarop de, uit schapenwol en zijde vervaardigde, stoffen bereid worden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met glans:
glansbladglansdeglansdenglansenglanskoolglansloosglansmiddelglansrijkglanstglansverf

Deze woorden eindigen op glans:
weerglansloodglanszijdeglans

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. glans (eikel)
  2. glans (schijnsel)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `glans` kennen.