gissen

werkw.
Uitspraak:  xɪsə(n)]
Vervoegingen:  giste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gegist (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een vermoeden hebben (van)
Voorbeelden:  `Ik kan alleen maar gissen wat zijn zijn motief is.`,
`gissen naar de daders van de aanslag`
Synoniem:  raden (naar)

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'gissen' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Spreekwoorden en zegswijzen
 meten is weten, gissen is missen. (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten.)
 gissen doet missen. (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
Naar de spreekwoorden

Deze woorden eindigen op gissen:
 vergissen

7 definities op Encyclo
I.) Een ruwe schatting maken.
II.) Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik giste, heb gegist), vermoeden, veronderstellen, raden; naar iets -, een vermoeden uiten...
III.) raden, ramen
IV.) •een vermoeden uitspreken over iets.
V.) 1) Beoordelen 2) Gokken 3) Onderstellen 4) Ramen 5) Raden 6) Raden (naar) 7) Rooien 8) Schatten 9) Tonen om te raden(crypt.) 10) Vermoeden
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `gissen`.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gissen (raden)