gezind

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xə'zɪnt]

met genoemde gevoelens
Voorbeeld:  `positief gezind zijn over de verkiezingsuitslag`
iemand gunstig gezind zijn  (aardig voor iemand willen zijn; iemand willen helpen) `De weergoden zijn de zeilers gunstig gezind: het waait en het is mooi weer.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
genegen geneigd

5 definities op Encyclo
  1. met bepaalde gevoelens voor iemand vb: hij is mij vijandig gezind
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] geneigd, genegen; hij is mij wel -, hij houdt veel van mij; zij is u kwalijk -, zij vindt geen behagen in u; a...
  3. 1) Bereid tot 2) Genegen 3) Geneigd 4) Slecht gezind 5) Toegenegen
  4. [Belgisch Nederlands] gehumeurd, geluimd
  5. genegen Jaar van herkomst: 1300 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gezind:
gezinderdgezindheidgezindte

Deze woorden eindigen op gezind:
eensgezindgelijkgezindgoedgezindkoningsgezindslechtgezindpaapsgezindvernieuwingsgezindvergevensgezindwelgezindaardsgezind

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gezind (genegen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `gezind`.