het getij

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xeˈtɛi]
Verbuigingen:  getij|en, getij|den (meerv.)

afwisseling van een lage, teruggetrokken zee en een hoge zee, 'eb' en 'vloed' genoemd
Synoniemen:  getijde, tij
dood getij  (moment precies tussen eb en vloed in)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
getijde tij

Spreekwoorden en zegswijzen
• ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
• als het getij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Iedere dag is het twee keer eb en vloed. Beide duren ongeveer 6 uur. Tijdens eb stroomt het water van het strand weg. Als het water op zijn laagst is is het laagwater. Bi...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: Tij, o. [geen meervoud] het vallen en wassen van het water op den geregelden tijd; dood -, de zwakste vloed; het - waarnemen, bij gunst...
  3. de afwisseling van hoog en laag water bij de zee vb: als het getij laag is, is het eb Synoniemen: getijde tij
  4. 1) Afwisseling van eb en vloed 2) De op- en neergaande beweging van het water 3) Duur van eb en vloed 4) Eb 5) Eb en vloed 6) Eb of vloed 7) Getijde 8) Natuurverschijnsel...
  5. (getijde - getij) eb en vloed Jaar van herkomst: 1236 (CG I 1, 25 )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met getij:
getijcentralegetijdegetijdengetijdencentralegetijdencentralesgetijdengrafiekgetijdenwerkinggetijengetijmeter

Herkomst volgens etymologiebank.nl
getij = getijde

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `getij`.