garneren

werkw.
Uitspraak:  [xɑrˈnerə(n)]
Vervoegingen:  garneerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gegarneerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(eten) versieren
Voorbeeld:  `salade garneren met plakjes komkommer en tomaat`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwerken opmaken opsmukken versieren

9 definities op Encyclo
  1. 1> het aanbrengen van een tijdelijke wegering bestaande uit zeildoek vastgezet met latten. 2> het aanbrengen van stophout, stellinghout of andere materialen met het doel ...
  2. Let op: Spelling van 1858 garnir, Fr., versieren, opschikken, tooijen; overtrekken, voeren, omzoomen. Garnituur, bezetting, omzooming, versiering; de op- of omslag, boord...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik garneerde, heb gegarneerd), omzomen, boorden, beleggen (met band enz.); voeren (kleedingstu...
  4. 1) Afwerken 2) Keukenterm 3) Omzomen 4) Opmaken 5) Opmaken van schotels 6) Opsmukken 7) Versieren 8) Versieren van een gerecht
  5. Versieren, omlijsten, beleggen, voorzien van wat er bij behoort. Fr. garnir.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
garneren (versieren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `garneren`.