de functie

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈfʏŋksi]
Verbuigingen:  functie|s (meerv.)

1) bepaald werk dat je doet
Voorbeelden:  `een functie bij het ministerie bekleden`,
`een functie vervullen`,
`in functie treden`,
`iemand voordragen voor een functie`
Synoniemen:  betrekking, ambt
belediging van een ambtenaar in functie  (belediging van een ambtenaar terwijl die aan het werk is)

2) doel dat of werking die iets heeft
Voorbeelden:  `Welke functie heeft dat knopje?`,
`symboolfunctie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
activiteit ambt baan betrekking dienstbetrekking job nut positie taak waarde

Taaladvies
  1. Functie zijn van / afhankelijk zijn van: Is functie zijn van in de betekenis van 'afhangen van' correct?
  2. Functies / functie: (de - van leerkracht) Is functies in een enkelvoudige betekenis correct?
  3. Hoofdletters / kleine letters in functieaanduidingen: Schrijf je functieaanduidingen met een hoofdletter of met een kleine letter?


25 definities op Encyclo
I.) ambt Jaar van herkomst: 1652 (WNT aanzienlijk )
II.) Een onderdeel van een programma dat losstaat van de rest van het programma. Een functie kan worden opgeroepen vanuit het programma. Functies vervullen meestal een specifi...
III.) taak die door het milieu vervuld wordt voor de samenleving. Van de onderwijs minister moet je de volgende 4 kennen ( en in oude eindexamens over de Nederlandse landschapp...
IV.) De bijdrage die van een medewerker wordt verwacht voor het behalen van de ondernemingsresultaten.
V.) Taak die vervult wordt door het natuurlijk milieu t.b.v. de samenleving.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `functie` kennen.