fluoresceren

werkw.
Uitspraak:  [flyworɛ'serə(n)]
Vervoegingen:  fluoresceerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefluoresceerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van bepaalde stoffen) invallend licht terugkaatsen en daardoor licht uitstralen
Voorbeelden:  `Als het heel erg warm en rustig weer is, kan de zee fluoresceren, maar het komt door een heel klein diertje in zee.`,
`fluorescerende verf`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. licht uitstralen Jaar van herkomst: 1886 (KKU )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fluoresceren (licht uitstralen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 82% van de Nederlanders en 89% van de Vlamingen het woord `fluoresceren`.