I fluffen

werkw.
Afbreekpatroon:  'fluf - fen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  flufte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gefluft (volt.deelw.)

opfrissen, nieuw leven inblazen
Voorbeeld:  `meubeltjes uit de kringloopwinkel fluffen`
Synoniem:  opfleuren


II fluffen


erectie laten voortduren
Synoniem:  penis van een pornoacteur stijf houden