fluctueren

werkw.
Uitspraak:  [flʏkty'werə(n)]
Vervoegingen:  fluctueerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefluctueerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

telkens weer verschillend zijn
Voorbeelden:  `De dichtheid van de atmosfeer van Mars kan sterk fluctueren.`,
`Door de politieke onrust fluctueert de benzineprijs.`
Synoniemen:  variëren, schommelen, wisselen,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gevarieerd golven variëren varierend

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Dobberen 2) Gevarieerd 3) Golven 4) Op en neer gaan 5) Schommelen 6) Variëren 7) Varierend 8) Weifelen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fluctueren (veranderlijk zijn, schommelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `fluctueren`.