fiks

bijv.naamw.
Uitspraak:  [fɪks]

flink
Voorbeeld:  `Na zoveel wijn had hij de volgende dag een fikse kater.`
Synoniem:  behoorlijk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
behoorlijk braaf dapper eerlijk ferm flink geducht hard krachtig robuust solide sterk stevig stevig gebouwd straf vriendelijk zwaar

Intensiveringen
Hoe kun je met fiks een ander begrip versterken?
fikse ruzie; fikse stijging; fikse uitbrander; fikse verkoudheid; fikse winst;

4 definities op Encyclo
  1. flink, stevig Jaar van herkomst: 1800 (WNT )
  2. nogal groot vb: hij kreeg een fikse boete Synoniemen: aardig behoorlijk fors Tegenstelling: luttel
  3. 1) Aanmerkelijk 2) Aanzienlijk 3) Behoorlijk 4) Braaf 5) Danig 6) Dapper 7) Eerlijk 8) Ferm 9) Flink 10) Fors 11) Flink van gestalte 12) Geducht 13) Gezond 14) Groot 15) ...
  4. [Nederlands] flink, krachtig
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fiks:
fiksefiksenfiksheidfikstfikstefiksten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fiks (krachtig, flink)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 89% van de Vlamingen het woord `fiks`.