faken

werkw.
Uitspraak:  ['fekə(n)]
Vervoegingen:  fakete (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefaket (volt.deelw.)

namaken of nabootsen met de bedoeling echt te lijken
Voorbeeld:  `vrouwen die een orgasme faken om hun partner niet teleur te stellen`
Synoniemen:  voorwenden, doen alsof

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. iets voorwenden; doen alsof
  2. 1) Doen alsof 2) Imiteren 3) Namaken 4) Verzinnen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
faken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 88% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `faken`.