Doorverwezen van examens > examen Toon zonder doorverwijzing

het examen

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ɛkˈsamə(n)]
Verbuigingen:  examen|s (meerv.)

proef waarbij je moet aantonen of je iets kunt of weet
Voorbeelden:  `een examen doen/afleggen`,
`iemand een examen afnemen`,
`zakken voor een examen`,
`slagen voor een examen`,
`een mondeling examen`,
`een schriftelijk examen`,
`rijexamen`
centraal schriftelijk examen (CSE)  (landelijk schriftelijk examen ter afsluiting van het voortgezet onderwijs)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eindexamen ondervraging proef schriftelijk test

Taaladvies
Ingangsexamen / toegangsexamen / toelatingsexamen: Wat is correct: ingangsexamen, toegangsexamen of toelatingsexamen?

11 definities op Encyclo
  1. Een examen is een afsluiting van een opleiding of een deel van een opleiding. Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs ...
  2. Let op: Spelling van 1858 Lat., beproeving, ondervraging. Examinatie, het onderzoek, de beproeving. Examinator, ondervrager, uitvrager, onderzoeker. Examineren, ondervrag...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-s, ...ina), onderzoek (naar de geschiktheid of bekwaamheid van [iemand] ), ondervraging; vergelijkend -. *...MINEREN, [bedrijvend...
  4. proef waarbij je moet laten zien wat je kunt of weet vb: aan het eind van het schooljaar is er een examen zakken voor een examen [niet voldoende punten halen] slagen voor...
  5. •een onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met examen:
examencommissieexamenfraudeexamenfraudeperikelexamenfraudeperikelenexamenfraudesexamensexamenstressexamentijd

Deze woorden eindigen op examen:
eindexameningangsexamentoelatingsexamenoefenexamenproefexameninburgeringsexamenstaatsexamenpraktijkexamenrijexamenschoolexamendoctoraalexamen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
examen (onderzoek naar kennis of bekwaamheid)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `examen`.