ermee

bijwoord
Uitspraak:  [ɛr'me]

met (het eerder of later genoemde)
Voorbeelden:  `Dat mes is bot. Kun je je vlees ermee snijden?`,
`ermee tevreden zijn dat je een goed resultaat behaald hebt`
ermee door kunnen  (net goed genoeg zijn) `Je werkstuk is niet optimaal, maar het kan ermee door.`
ermee zitten  (een probleem hebben) `Ik kan er niets aan doen dat het mislukt is, maar ik zit er wel mee.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
daarmee

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie met pek omgaat, wordt ermee besmet. (=wie met slechte mensen omgaat neemt de gewoontes van die mensen over)
• wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)
• beter ermee verlegen dan erom verlegen (=liever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
• als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. met wat je noemt of bedoelt vb: er kan niets gebeuren, of hij bemoeit zich ermee je hebt jezelf ermee [je bent zelf de dupe]
  2. •"vervangt" met het.
  3. 1) Bijwoord 2) Daarmee 3) Met het bedoelde 4) Met het bedoelde zal men mij in aanzien houden ( crypt.) 5) Met het genoemde
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op ermee:
hiermee

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `ermee`.