de duiker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈdœykər]
Verbuigingen:  duiker|s (meerv.)

de duikster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['dœyk|stər]
Verbuigingen:  duikster|s (meerv.)

iemand die als sport of voor zijn beroep duikt (2)
Voorbeeld:  `Een duiker heeft speciale kleding en zuurstof nodig om lang onder water te kunnen blijven.`
Synoniem:  kikvorsman

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'duiker' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden beginnen met duiker:
 duikerarts duikerbok duikerklok duikerklokken duikers duikersluis duikersluizen duikersziekte

Deze woorden eindigen op duiker:
 aalduiker baggerduiker brilduiker diepduiker diepzeeduiker geelsnavelduiker grondduiker ijsduiker kamduiker kluivenduiker kuifduiker onderduiker papegaaiduiker parelduiker roodkeelduiker sponsenduiker sponzenduiker zeeduiker

14 definities op Encyclo
I.) Kokervormige constructie die twee waterlopen met elkaar verbindt.
II.) Waterdoorgang onder wegen of dijken. Wordt ook wel zinker genoemd. Zie ook grondduiker.
III.) Let op: Spelling van 1858 eene onderaardsche kleine waterleiding, welke dwars door eene andere henen geleid wordt, zonder dat zij zich met elkander vermengen
IV.) Persoon die is gespecialiseerd in het duiken in diep water om reddingswerk, zoekacties of reparaties te verrichten en die is uitgerust met speciale kleding en met ademhal...
V.) half zinkende stam
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `duiker` kennen.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
duiker (volksnaam of oude naam voor lisdodde)