het dubbeltje

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['dʏbəlcə]

geldstuk van tien cent
dat is een dubbeltje op zijn kant  (het is nog onzeker af dat goed zal aflopen)
zo plat als een dubbeltje  (heel plat)
ieder dubbeltje twee keer omdraaien  (heel zuinig zijn)
voor een dubbeltje op de eerste rang/rij willen zitten  (het beste willen maar er weinig voor willen betalen of doen)
Wie voor een dubbeltje geboren is wordt nooit een kwartje.  (wie uit een eenvoudig milieu komt bereikt nooit een echt hoge maatschappelijke positie)

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo ziet men weer hoe een dubbeltje rollen kan (=zo zie je maar hoe het kan gaan)
• wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
• voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen.)
• ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave.)
• hoe een dubbeltje rollen kan (=hoe iets een overwacht verloop kan kennen)
Toon alle 9 spreekwoorden die dubbeltje bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met dubbeltje een ander begrip versterken?
plat als een dubbeltje;

6 definities op Encyclo
  1. • [numismatiek] een oud muntstuk ter waarde van 0,10 gulden.
  2. muntje van 10 eurocent, tiende deel van een euro vb: een euro is tien dubbeltjes
  3. Voor een dubbeltje op de eerste rang. Voor niets het beste willen hebben. Een dubbeltje op zijn kant. Iets loopt (of liep) erg veel kans om mis te gaan, om te vallen.
  4. 1) Beisje 2) Duppie 3) Geldstuk 4) Hollandse munt 5) Munt 6) Muntstuk 7) Nederlandse munt 8) Nederlandse munt vóór de euro 9) Oude nederlandse munt 10) Oude nederlanse ...
  5. Een dubbeltje is een klein voormalig Nederlands geldstuk, een munt, oorspronkelijk van zilver, met een waarde van eentiende gulden. Het muntstuk van 10 eurocent wordt mo...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dubbeltje (tien cent)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `dubbeltje`.