doppen

werkw.
Uitspraak:  [ˈdɔpə(n)]
Vervoegingen:  dopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedopt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

de buitenste schil verwijderen van (peulvruchten)
Voorbeeld:  `bonen doppen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
pellen

Spreekwoorden en zegswijzen
• uit zijn doppen (=uit de ogen)
• uit de doppen kijken (=goed uitkijken)
• de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. Doppen was een bezigheid in de vissersplaatsen langs de Zuiderzee. Het werd meestal door vrouwen gedaan. Het was het leeghalen van de (ansjo)visnetten. De vrouwen knepen ...
  2. door een houten pen verbinden
  3. (Bargoens, 1914) vechten
  4. Spreekwoorden: (1914) Doppen. Dit wkw. beteekent den dop afnemen, d.i. den hoed afnemen (vgl. een nieuwe dop, een hooge dop; vgl. hd. deckeln; eng. to cap), waarnaast den...
  5. [Belgisch Nederlands] 1. werkloos zijn, werklozensteun ontvangen 2. indopen, dopen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op doppen:
eierdoppenklapperdoppen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. doppen (indompelen)
  2. doppen (met een dop merken, meten)
  3. doppen (pellen)
  4. doppen (vechten)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `doppen`.