dokken

werkw.
Uitspraak:  ['dɔkə(n)]
Vervoegingen:  dokte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedokt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een schip) in een dok brengen
Voorbeeld:  `Het schip moet gedokt worden voor onderhoudswerkzaamheden.`

2) betalen informeel
Voorbeeld:  `flink moeten dokken voor je studie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afrekenen afschuiven betalen lappen neerleggen offeren opdraaien schuiven storten uitbetalen uitkeren voldoen

8 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) (Op)dokken, d.w.z. betalen, geld geven; vgl. ook afdokken, dat eveneens betalen, afschuiven beteekent (Ndl. Wdb. I, 909; Jord. 260), waarnaast eerti...
  2. Het in het dok brengen van een schip.
  3. betalen, vooral met bijgedachte aan de tegenzin waarmee dat gebeurt
  4. [slang] neergaan
  5. 1) Afrekenen 2) Afschuiven 3) Betalen 4) Betalen (informeel) 5) In het dok gaan 6) Lappen 7) Neerleggen 8) Offeren 9) Onderzoeken 10) Opdraaien 11) Schuiven 12) Storten 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op dokken:
afdokkendroogdokken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. dokken (betalen)
  2. dokken (schepen in het dok brengen)
  3. dokken (stoten)
  4. dokken


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `dokken`.