het dialect

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [dijaˈlɛkt]
Verbuigingen:  dialect|en (meerv.)

variëteit van een nationale taal, die gesproken wordt in een streek of dorp
Voorbeeld:  `Zij spreekt met ons Nederlands, maar met haar familie het dialect van haar geboorteplaats.`
Synoniem:  streektaal

Zie ook:  Dialectenwoordenboek

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
accent gewesttaal streektaal taaltje tongval

Intensiveringen
Hoe kun je dialect krachtiger uitdrukken?
onvervalst dialect;

9 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 tongval, uitspraak van verschillende bewoners van een land. Dialectica, de redenleer, wetenschappelijke strijdkunst, de kunst om, bij het gebrui...
  • taal die in een bepaalde streek of stad gesproken wordt vb: ze speken hier het West-Friese dialect
  • Een dialect is een uit één gemeenschappelijke grondtaal voortkomend taalgebruik, dit wordt ook wel dikwijls omschreven als de streektaal. De verstaanbaarheid van de dia...
  • Dialect is in de taalkunde de benaming voor een talige variëteit die niet als standaardtaal geldt. De term kan op minstens drie verschillende manieren worden gebruikt. ...
  • streektaal Jaar van herkomst: 1723 (Claes Tw. 9 )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met dialect:
    dialectendialecticidialectiekdialectischdialectismedialectismendialectologendialectologiedialectoloog

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    dialect (streektaal)