het dialect

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [dijaˈlɛkt]
Verbuigingen:  dialect|en (meerv.)

variëteit van een nationale taal, die gesproken wordt in een streek of dorp
Voorbeeld:  `Zij spreekt met ons Nederlands, maar met haar familie het dialect van haar geboorteplaats.`
Synoniem:  streektaal

Zie ook:  Dialectenwoordenboek

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
accent gewesttaal streektaal taaltje tongval

Intensiveringen
Hoe kun je dialect krachtiger uitdrukken?
onvervalst dialect;

10 definities op Encyclo
  1. Abstract: Variëteit van een taal die in een taalgemeenschap -in vergelijking met de gestandaardiseerde variëteit van die taal- en beperkte communicatieradius en gebruik...
  2. Let op: Spelling van 1858 tongval, uitspraak van verschillende bewoners van een land. Dialectica, de redenleer, wetenschappelijke strijdkunst, de kunst om, bij het gebrui...
  3. taal die in een bepaalde streek of stad gesproken wordt vb: ze speken hier het West-Friese dialect
  4. Een dialect is een uit één gemeenschappelijke grondtaal voortkomend taalgebruik, dit wordt ook wel dikwijls omschreven als de streektaal. De verstaanbaarheid van de dia...
  5. Een afwijking van de standaardtaal; een streektaal Afgeleid van het Griekse dialektôs (tongval)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met dialect:
dialectendialecticidialectiekdialectischdialectismedialectismendialectologendialectologiedialectoloog

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dialect (streektaal)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `dialect`.