de deur

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [dør]
Verbuigingen:  deur|en (meerv.)

1) plaat die een doorgang kan afsluiten architectuur
Voorbeelden:  `kamerdeur`,
`kastdeur`,
`garagedeur`,
`schuifdeur`,
`huisdeur`
de deuren sluiten  ((van een bedrijf) dichtgaan, ermee stoppen) `Na zeven jaar moet het restaurant de deuren sluiten.`
achter gesloten deuren  (met alleen de betrokkenen erbij; zonder publiek) `een rechtszaak achter gesloten deuren`
dat doet de deur dicht  (dat is zo erg dat het zo niet langer kan) `Onze vriendschap is voorbij. Dat hij mij bedroog deed voor mij de deur dicht.`
met de deur in huis vallen  (direct zeggen wat je wilt zeggen) `Ik val maar meteen met de deur in huis: ons project is mislukt.`
bij iemand de deur platlopen  (erg vaak bij iemand op bezoek gaan) `Nou komt ze alweer! Ze loopt bij mij de deur plat.`
niet door één deur kunnen  (niet goed met elkaar omgaan) `Wij hebben nu al zo vaak ruzie. We kunnen niet meer door één deur.`

2) huis;
gebouw
Voorbeeld:  `De post moet vandaag de deur nog uit.`
buiten de deur eten  (buitenshuis in een restaurant eten)
de deur uit zijn  (niet meer bij je ouders wonen) `De kinderen zijn al jaren de deur uit.`
de deur niet uitkomen  (niet buiten komen; niet weggaan) `Ik heb het zo druk. Ik kom de deur niet uit.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hek poort uitgang

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo zat als een deur (=helemaal bezopen zijn.)
• zo gek als een deur (=stapelgek.)
• voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
• voor zijn eigen deur vegen (=zijn eigen problemen oplossen)
• voor een vissers deur vissen (=vergeefse moeite doen)
Toon alle 24 spreekwoorden die deur bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met deur een ander begrip versterken?
dement als een deur; gek als een deur; lijp als een deur; link als een (looien) deur;

12 definities op Encyclo
  1. schot waardoor je in een huis of in een ruimte komt vb: doe de deur achter je dicht! zo gek als een deur [heel erg gek] ze is net de deur uit [net weg] dat is niet naast ...
  2. Zie opdekdeur, stompe deur en deuren.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), sluiting (van hout, ijzer of glas) aan huizen enz.; (ook) ingang; aan de - kloppen; door de - binnenkomen; de - uitgaan; de -...
  4. Uit `De lagere vaktalen: De vogelvangerstaal` 1914 elk deel van de kantnet. En vinde dit woord nievers opgeteekend.
  5. [ bouwkundige termen] De beweegbare afsluiting van een toegang tot een ruimte. Er zijn verschillende deurtypen, zoals schuifdeuren, draaideuren en kanteldeuren. Ook kunne...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met deur:
deurbeldeurbellendeurdrangerdeurdrangersdeurendeurklinkdeurklopperdeurkloppersdeurknopdeurknoppendeurkrukdeurkrukkendeurluikdeurmatdeurmattendeurontgrendelingdeuropeningdeurpostendeurvergrendelingdeurwaarder
Toon alle woorden die beginnen met deur

Deze woorden eindigen op deur:
achterdeurambassadeurbuitendeurhuisdeurklapdeurstaldeurschuifdeurzijdeurbadkamerdeuroesterambassadeurkerkdeurvastgoedfraudeurpuntdeurbinnenvaartambassadeurfraudeurtochtdeursluisdeurkastdeurschipdeurdraaideur
Toon alle woorden die eindigen op deur

Herkomst volgens etymologiebank.nl
deur (beweegbare toegang tot huis, kamer etc.)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `deur` kennen.