delegeren

werkw.
Uitspraak:  [deləˈxerə(n)]
Vervoegingen:  delegeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedelegeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(taken, werk) door iemand anders laten uitvoeren
Voorbeeld:  `tijdens je vakantie werk delegeren aan een collega`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afvaardigen deputeren overdragen

11 definities op Encyclo
  1. iemand als vertegenwoordiger sturen vb: we delegeerden Willem het aan iemand anders overlaten vb: de directeur delegeert veel werk aan zijn secretaresse
  2. Toedelen van verantwoordelijkheden aan medewerkers daarbij gebruik makend van aanwezige tijd, vaardigheden en potentieel van de medewerkers.
  3. Maakt dat een andere persoon het recht en het vermogen krijgt om te handelen, door toewijzing van taken naar medewerkers, door toestemming (bevoegdheid) te geven om actie...
  4. Het overdragen van een taak, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van een daartoe bevoegde medewerker, aan een ondergeschikte medewerker.
  5. [Management-en-organisatie] het overdragen van taken aan één of meer anderen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
delegeren (afvaardigen, overdragen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `delegeren`.