de cursus

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈkʏrzʏs]
Verbuigingen:  cursus|sen (meerv.)

aantal lessen over een bepaald onderwerp
Voorbeelden:  `een cursus Nederlands volgen`,
`een cursus tekenen geven`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
kursus leergang les module onderricht onderrichting onderwijs stu studie training

10 definities op Encyclo
  1. aantal lessen die bij elkaar horen vb: ik volg een cursus om te leren tekstverwerken
  2. De middeleeuwse tegenhanger van de clausula, die ontstond toen het onderscheid tussen lange en korte lettergrepen vervaagde en werd vervangen door het onderscheid tussen ...
  3. Let op: Spelling van 1858 loop, loopbaan. Zie Cours
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-sen), loop, leergang; reeks lessen over een bepaald vak.
  5. [Nederlands] reeks van lessen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met cursus:
cursusgeldcursusprijscursussen

Deze woorden eindigen op cursus:
basiscursuszomercursusachtbaancursusrollercoastercursusslipcursusinburgeringscursuszangcursusantislipcursustaalcursuszeilcursus

Herkomst volgens etymologiebank.nl
cursus (leergang)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `cursus` kennen.