constant

bijv.naamw.
Uitspraak:  [kɔnˈstɑnt]

1) hetzelfde blijvend, niet veranderlijk
Voorbeeld:  `met constante snelheid rijden`
Synoniem:  stabiel

2) aldoor maar door;
voortdurend
Voorbeeld:  `iemand constant plagen`
Synoniem:  aanhoudend

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhoudend alsmaar altijd altijddurend bestendig continu continue doorlopend eeuwig immer onafgebroken onafgelaten ononderbroken onophoudelijk onveranderlijk permanent steeds voortdurend variabel (antoniem)

12 definities op Encyclo
  1. steeds hetzelfde vb: de temperatuur van het water is constant Tegenstellingen: ongelijk verschillend afwijkend divers uiteenlopend vals
  2. de hele tijd vb: hij is constant vervelend Synoniemen: aldoor altijd continu steeds voortdurend onafgebroken permanent [3] chronisch alsmaar permanent [2] Tegenstellingen...
  3. qua smaak: samenstellen van wijn
  4. Let op: Spelling van 1858 standvastig, bestendig, voortdurend, volhardend
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), onveranderlijk, bestendig volhardend, vasthoudend; erkend, vast, heerschend, zeker, ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met constant:
constantaanconstanteconstante van Brunconstante van Euler-Mascheroniconstante van Gelfondconstante van Kaprekarconstante van Millsconstante van Planckconstantenconstantesconstantheidconstantieconstanties

Herkomst volgens etymologiebank.nl
constant (onveranderlijk; onophoudelijk)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `constant`.