de/het cohort

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ko'hɔrt]
Verbuigingen:  cohort|en (meerv.)

1) gevechtseenheid in een Romeins leger defensie verouderd
Voorbeeld:  `De Praetoriaanse garde bestond uit negen cohorten.`

2) groep personen die gedurende een bepaalde periode in een onderzoek wordt gevolgd sociologie
Voorbeeld:  `De universiteit doet een cohortstudie waarbij personen uit één leeftijdsgroep lange tijd worden gevolgd en waarbij bovendien een aantal cohorten van personen van verschillende leeftijden gedurende een kortere periode worden gevolgd.`

© Kernerman Dictionaries.

9 definities op Encyclo
  1. (Latijn: cohors) Oorspronkelijk: legereenheid of krijgsbende, gezamenlijk optrekkend. vandaar in de statistiek: een subgroep van personen binnen een populatie of steekpr...
  2. Een groep personen die gedurende een bepaalde periode, bijvoorbeeld een kalenderjaar, eenzelfde (demografische) gebeurtenis heeft meegemaakt. Een geboortecohort bestaat u...
  3. Een groep personen, die gedurende een bepaal- de periode, eenzelfde demografische gebeurtenis heeft meegemaakt. B.v. : alle mensen die in een bepaald kalenderjaar zijn ge...
  4. 1. (demografisch) een groep individuen van de zelfde leeftijd die tegelijkertijd tot een populatie gaan behoren.2. (taxonomisch) een plaats in het hiërarchische classifi...
  5. legereenheid in het oude Rome Tien cohorten vormden een legioen, en werden zelf ingedeeld in drie manipels, die op hun beurt twee centuries bevatten.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
cohort (onderafdeling van Romeins legioen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 79% van de Nederlanders en 63% van de Vlamingen het woord `cohort`.