I cisterciënzer

bijv.naamw.

betreffende de kloosterorde der Cisterciënzers of haar leden


II de cisterciënzer

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  cisterciënzers

een monnik behorende tot de kloosterorde der Cisterciënzers


Bron: WikiWoordenboek.

5 definities op Encyclo
  1. vrouwelijke kloosterorde welke voor een enorme impuls aan de wijnbouw in Europa heeft gezorgd. De orde werd opgericht in 1098 door St. Robert. De idealen sluiten aan bij ...
  2. • een monnik behorende tot de kloosterorde der Cisterciënzers. •cisterciënzer •betreffende de kloosterorde der Cisterciënzers of haar leden. (+audio)
  3. 1) Lid van een contemplatieve kloosterorde 2) Lid van een geestelijke orde 3) Lid van een zekere geestelijke orde
  4. 1) Kloosterling van een strenge orde
  5. lid van geestelijke orde Jaar van herkomst: 1778 (WNT zwaarddrager )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met cisterciënzer:
cisterciënzers

Herkomst volgens etymologiebank.nl
cisterciënzer (lid van geestelijke orde)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 47% van de Nederlanders en 71% van de Vlamingen het woord `cisterciënzer`.