Woorden.org



buik


Uitspraak: bœyk
de -woord (mannelijk)
buikken
Zelfst. Naamw.


lichaamsdeel onder de borst
  `een dikke buik van veel bier drinken`
je buik vol hebben van iets (= er helemaal genoeg van hebben; het niet meer willen)
  `Ik heb mijn buik vol van zijn mooie praatjes.`

Hoe kun je met buik een ander begrip versterken?
vlinders in je buik hebben; je buik vasthouden van het lachen;


Tip: Na het opzoeken ziet u in de rechterkolom of een woord wel of niet goed is gespeld.

Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden| Woord begint met...
© 2010 Woorden.org
© 2010 K Dictionaries Ltd. All rights reserved
© 2010 Onder Woorden

Woorden.org

Woorden.org is een gratis te raadplegen woordenboek voor de Nederlandse taal. U vindt hier -waar aanwezig- de betekenis, de schrijfwijze of de uitspraak van circa 170.000 woorden.

Spelling

Correct gespeld: 'buik' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Definities

12 definities gevonden op Encyclo
7 synoniemen gevonden op MWB
Meer info in het WikiWoordenboek
Zoek buik op met Google

Recent gezocht

Tussen haakjes staat het aantal karakters van de omschrijving.
buik (413)
traineren (315)
Jahwist (144)
ijsmeester (142)
dr. (50)
huismoeder (174)
polyetheen (187)
puzzelt (93)
viscouvert (124)
C.O.B. (56)
moederden (93)
ruimtevaarder (105)
schout (179)
personeelszaken (145)
gigantisch (193)
mormorando (177)
knapt (118)
watervervuiling (87)
Jamaicaan (101)
nabeurs (84)
alsmede (54)
discessie (86)
heul (212)
jetskiet (95)