de buik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bœyk]
Verbuigingen:  buik|en (meerv.)

1) lichaamsdeel onder de borst
Voorbeelden:  `een dikke buik van veel bier drinken`,
`iemands buik kietelen`,
`pijn in je buik hebben`
een rammelende buik hebben  (erge honger hebben)
je buikje rond eten  (veel eten)
harde buiken hebben  ((van zwangere vrouwen) samentrekkingen van de spieren in de baarmoeder hebben)
je buik vol hebben van iets  (er helemaal genoeg van hebben; het niet meer willen) `Ik heb mijn buik vol van zijn mooie praatjes.`

2) deel met een ronde vorm
Voorbeelden:  `de buik van een fles`,
`de buik van een schip`,
`De muur is niet kaarsrecht gemetseld, hij heeft in het midden een buik.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
abdomen bast buikje lijf maag pens schoot

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn buik zalven (=lekker)
• zijn buik op de leest slaan (=teveel eten)
• vlinders in zijn buik hebben (=verliefd zijn)
• van zijn buik een afgod maken (=erg graag eten)
• van je buik een afgod maken (=erg veel geld uitgeven aan lekker eten en drinken)
Toon alle 14 spreekwoorden die buik bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met buik een ander begrip versterken?
vlinders in je buik hebben; je buik vasthouden van het lachen;

10 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [bijvoorbeeld] ), (-en), bol vooruitstaand deel (van iets); de - eener flesch, van een schip, van eene viool; deze muur maakt een -,...
  2. Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 1- 't dikste deel van de kloovers- en snijdersstokken. 2- 't dikke gedeelte van brioletten en pendeloques.
  3. Abdomen, venter..
  4. het zachte middelste deel van het lichaam vb: ik heb pijn in mijn buik schrijf maar op je buik [je krijgt je zin niet] baas in eigen buik zijn [zelf mogen beslissen over ...
  5. • [anatomie] het onderste deel van de voorkant van de romp van mens of dier dat van boven door het middenrif en van onderen door de bekkengordel begrenst is.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met buik:
buikademhalingbuikbreukbuikdansbuikdansenbuikdanseresbuikenbuikgriepbuikholtebuikholtenbuikholtesbuikigbuikloopbuikpijnbuikpijnenbuikpotigebuikriembuikriemenbuikslagaderbuikspierbuikspieren
Toon alle woorden die beginnen met buik

Deze woorden eindigen op buik:
hangbuikscheurbuikbierbuikonderbuik
Toon alle woorden die eindigen op buik

Herkomst volgens etymologiebank.nl
buik (lichaamsdeel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `buik` kennen.