de bouwvakker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbɑuvɑkər]
Verbuigingen:  bouwvakker|s (meerv.)

werknemer in de bouw (2)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bouwer

6 definities op Encyclo
  1. iemand die zelf huizen bouwt als beroep vb: de bouwvakkers hebben vakantie
  2. Lid van de beroepsgroep die zich bezighoudt met het bouwen, in het bijzonder degenen die constructief werkzaam, dus die daadwerkelijk aan `het bouwen` zijn. In weer en wi...
  3. • [beroep] een arbeider die werkzaam is in de bouw.
  4. 1) Arbeider in de bouw 2) Beroep 3) Beroep in de bouw 4) Bouwarbeider 5) Bouwer 6) Bouwvakarbeider 7) Iemand die in de bouw werkt 8) Werkman 9) Werkman in de bouw 10) Wer...
  5. Een bouwvakker (van bouw + vak) is iemand die in de bouwwereld zijn dagelijkse werkzaamheden verricht. Het is een verzamelnaam voor beroepen als: In Nederland vallen bou...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bouwvakker:
bouwvakkers

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bouwvakker (iem. die in de woningbouw werkt)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bouwvakker` kennen.