I het bos

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bɔs]
Verbuigingen:  bos|sen (meerv.)

gebied met bomen
Voorbeeld:  `in het bos wandelen`
door de bomen het bos niet zien  (je bezighouden met details en daardoor het grote geheel niet zien) `Er moet nog zoveel gebeuren, ik zie even door de bomen het bos niet.`
iemand het bos insturen  (iemand niet helpen, aan zijn lot overlaten)


II de bos

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɔs]
Verbuigingen:  bos|sen (meerv.)

voorwerpen die aan elkaar gebonden zijn
Voorbeelden:  `een bos bloemen`,
`asperges per bos verkopen`,
`sleutelbos`,
`een dikke bos haren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bosland bundel foreest geboomte ris woud

Spreekwoorden en zegswijzen
• huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
• elke bos stro waait voor de wind. (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren.)
• door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen.)
• aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past. (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen.)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met bos een ander begrip versterken?
sterven bij bosjes; geil als een bos uien; gek als een bos uien;

23 definities op Encyclo
  1. 1a> bus: oude term voor het gat in de wangen van een blok waarin de nagel/bout steekt. b> bij zeer oude blokken: vierkante metalen plaat of bus met rond gat in de wangen ...
  2. heleboel bomen bij elkaar vb: we maakten een wandeling in het bos hem het bos in sturen [niet serieus helpen] huilen met de wolven in het bos [doen wat anderen doen]
  3. • [n] : groep bomen. • [m] : bundel stelen of vezels.
  4. Terrein begroeid met bomen bestemd voor houtproductie en-of natuurbeheer. Tot bos wordt gerekend: - terrein zodanig begroeid met bomen, dat de kruinen een min of meer ges...
  5. hoeveelheid, 1 bos = 104 stuks
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bos:
bosaardbeibosaardbeienbosalbosanemonenbosanemoonbosbedrijfbosbeekjufferbosbeheerbosbesbosbessenbosbouwbosbouwbedrijfbosbouwschoolbosbrandbosbrandenBoschbosduivelbosduivelsbosgebiedbosgeelster
Toon alle woorden die beginnen met bos

Deze woorden eindigen op bos:
bebosherbebosloofbosoerbosmangrovebosontbossjabbossleutelbosrooibos
Toon alle woorden die eindigen op bos

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bos (bundel, woud)
  2. bos (gezwel)
  3. bos = bost
  4. bos = bus (doos, blik)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bos` kennen.