boffen

werkw.
Uitspraak:  [ˈbɔfə(n)]
Vervoegingen:  bofte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geboft (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

geluk hebben
Voorbeelden:  `Dat is boffen!`,
`boffen met een mooie plek op de camping`
Antoniem:  pech hebben
Synoniem:  mazzelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
een meevaller hebben geluk hebben zwijnen

4 definities op Encyclo
  1. geluk hebben vb: ik bof wel met die goeie baan
  2. •geluk hebben.
  3. 1) Een meevaller hebben 2) Geluk hebben 3) Goed af zijn 4) Mazzelen 5) Meevallen 6) Sloffen 7) Treffen 8) Zwijnen
  4. geluk hebben Jaar van herkomst: 1866 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op boffen:
wanboffen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
boffen (geluk hebben)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `boffen`.