de boerin

zelfst.naamw. (v.)
Verbuigingen:  boerinnen
Verbuigingen:  boerinnetje

1) echtgenote van een boer
Voorbeeld:  `Hij is geboren op een boerderij, de jongste van dertien kinderen. Zijn moeder molk de koeien, met de hand, want zijn vader had het nooit geleerd. „Het Duitse systeem”, zegt hij. „In Duitsland was het gewoon dat de boerin molk en de boer in bed bleef liggen.”`

2) vrouwelijke landbouwer of veeteler
Voorbeeld:  `In de stromende regen eisten de boeren met spandoeken toegang tot de ministeriële bus. Na enig onderhandelen mocht een boerin daar een brief voorlezen („Ik heb een droom. Ik droom dat jullie op een dag werkelijk om ons geven”). Daarna waren er kaasblokjes met prikkers – de vlaggetjes halfstok. „Dat maakte indruk”, aldus Antonissen. „Dat zag je.”`

3) lompe, ongemanierde vrouw
Voorbeeld:  `Haar vader zei: je lijkt wel een boerin, met die pruik op je hoofd. En al was haar vader ‘licht dementerend’, die opmerking deed zo veel pijn, dat Leny van Zundert besloot de pruik terug te doen in de doos om hem vervolgens nooit te dragen.`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. 1) Agrarische vrouw 2) Beroep 3) Plattelandsvrouw 4) Vrouw van een agrariër 5) Vrouw van landbouwer 6) Vrouwelijk beroep 7) Vrouwelijke boer
  2. Een vrouwelijke agrari?r, in de volksmond landbouweres of boerin, is iemand die met landbouw of veeteelt haar geld verdient. Een boerin woont meestal met haar man (boer) ...
  3. == Het is om bang van te worden == Ik heb deze morgen eens de tijd genomen een paar artikel hier op Wikipedia te lezen. Soms had ik geen woorden voor hoe slecht ze zijn....
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boerin:
boerinnenboerinnenbondboerinnenbonden

Deze woorden eindigen op boerin:
melkboerin

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `boerin` kennen.