de biotoop

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bijo'top]
Verbuigingen:  bio|topen (meerv.)

natuurlijke omgeving waarin een plant of dier kan leven en zich kan voortplanten
Voorbeeld:  `De biotoop van de ijsvogel is een visrijke beek met steile oevers en veel plantengroei.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
milieu

18 definities op Encyclo
  1. Plaats waar een dier of plant geheel in zijn omgeving ingepast is - homogeen groei- of woongebied - Gebied met karakteristieke levensomstandigheden, gekenmerkt door een ...
  2. (Natuurlijke levensruimte) Een min of meer begrensd gebied. Bijv. een natuurlijke streek zoals fruitboomgaard, aardappelperceel, bos, heide of slootkant waarin een bepaal...
  3. Het geheel van abiotische factoren in een ecosysteem.
  4. Plaats waar een dier of plant geheel in zijn omgeving ingepast is - homogeen groei- of woongebied - Gebied met karakteristieke levensomstandigheden, gekenmerkt door een b...
  5. Plaats waar een dier of plant geheel in zijn omgeving ingepast is - homogeen groei- of woongebied - Gebied met karakteristieke levensomstandigheden, gekenmerkt door een b...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `biotoop`.