I binnen

bijwoord
Uitspraak:  [ˈbɪnə(n)]

1) in een ruimte
Voorbeelden:  `Buiten regent het, binnen is het droog.`,
`naar binnen gaan`
Antoniem:  buiten
Binnen!  (<dit zegt je tegen iemand die op je deur klopt, als toestemming om binnen te komen>) `Binnen zonder kloppen.`

2)
het schiet me te binnen dat  (ik herinner me dat) `Het schiet me ineens te binnen dat ik een afspraak heb.`

3)
niets naar binnen kunnen krijgen  (geen trek in eten hebben)

4)
van binnen;≠ van buiten  (aan de binnenkant) `die jas is van binnen groen en van buiten rood`


II binnen

voorzetsel
Uitspraak:  [ˈbɪnə(n)]

1) <ter aanduiding van een plaats waarin iets is of gebeurt>
Voorbeeld:  `Binnen de bebouwde kom is de maximum snelheid vijftig kilometer.`
Antoniem:  buiten

2) <ter aanduiding dat iets korter duurt dan genoemd>
Voorbeeld:  `Ik ben binnen een uur bij je.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
binnen een tijdsspanne binnenshuis binnenskamers daarbinnen hierbinnen in op per te buiten (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor de bui binnen zijn (=voordat het slecht werd genoeg verdiend hebben)
• te binnen schieten (=er plots aan denken)
• naar binnen spelen (=opeten)
• de lading binnen hebben (=dronken)
binnen zijn (=geborgen zijn)
Toon alle 9 spreekwoorden die binnen bevatten

Taaladvies
  1. Binnen / over: (- een week, tien dagen) Is er een verschil tussen Ik doe dat binnen een week en Ik doe dat over een week?
  2. Met / over / binnen: (- een week) Is het voorzetsel met juist gebruikt in de zin Met een week ga ik op vakantie?
  3. Binnen de overheid: Is het voorzetsel binnen correct in de volgende zin: Binnen de overheid worden de vacatures ingedeeld op basis van het diploma?


10 definities op Encyclo
  1. in een ruimte vb: het is slecht weer, we blijven binnen Tegenstelling: buiten
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: vz. en [bijwoord] (het tegenovergestelde van buiten); - de stad; - den tijd van; - een jaar; daar -; naar - gaan; zich iets te - brenge...
  3. commando aan den hond, om een bosch of heg in te gaan, om die af te zoeken
  4. [Belgisch Nederlands] (in tijdsbepalingen) over
  5. • [pronadvpart] • [seppart] •in een bepaald bestek of ruimte.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met binnen:
binnenantennebinnenbaanbinnenbadbinnenbandbinnenbandenbinnenbarbecuebinnenbochtbinnenbrengenbinnendijkenbinnendijksbinnendraadbinnendringenbinnengaanbinnengebrachtbinnengebrokenbinnengedrongenbinnengedruppeldbinnengegaanbinnengehaaldbinnengekomen
Toon alle woorden die beginnen met binnen

Deze woorden eindigen op binnen:
breek binnenbreng binnendring binnendruppel binnenga binnenhaal binnenkom binnenkrijg binnenlaat binnenloods binnenloop binnensluip binnensmokkel binnenstuif binnenval binnenvanbinnenwaarbinnen
Toon alle woorden die eindigen op binnen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `binnen` kennen.