bijverdienen

werkw.
Uitspraak:  ['bɛivərdinə(n)]
Vervoegingen:  verdiende bij (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bijverdiend (volt.deelw.)

(geld) verdienen naast je loon, studiefinanciering, uitkering
Voorbeelden:  `thuiswerk voor wie iets wil bijverdienen`,
`Hoeveel mag je bijverdienen naast je studiefinanciering?`

© Kernerman Dictionaries.