de bevoegdheid

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [bə'vuxthɛit]
Verbuigingen:  bevoegd|heden (meerv.)

officieel erkend recht iets te doen
Voorbeelden:  `geen bevoegdheid hebben`,
`de bevoegdheid om op te treden`
een leraar met eerstegraads bevoegdheid  (een leraar die in de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs mag lesgeven)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
autorisatie bevoegd zijn competentie jurisdictie macht recht

13 definities op Encyclo
  1. Fr: compétence [vermogensrecht] het kunnen en mogen uitoefenen van bepaalde taken of beroepen. Bijv. de rechterlijke ~ om over een geschil te oordelen.…
  2. verklaring of bekwaamheid om te handelen in bepaalde domeinen
  3. Het recht om opdrachten te geven en beslissingen te nemen over het uitgevoerde werk. Zie ook ‘verantwoordelijkheid’.
  4. Dit is een van de elementen van een functie, namelijk het recht om zelfstandig beslissingen te nemen.
  5. •het recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op bevoegdheid:
rijbevoegdheidonderwijsbevoegdheid

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bevoegdheid`.