Opzoeken:




de beroepsbevolking

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [bəˈrupsbəvɔlkɪŋ]
Afbreekpatroon:  be` roeps - be - vol - king
Verbuigingen:  -en (meerv.)

dat deel van de bevolking dat voor eigen rekening dan wel tegen geldelijke beloning werkzaamheden verricht (de werkenden) of zou kunnen verrichten (de tijdelijk niet-werkenden) economie
Voorbeeld:  `de beroepsbevolking zal afnemen als gevolg van vergrijzing`


Spelling
Correct gespeld: 'beroepsbevolking' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

16 definities op Encyclo
1) Het totale arbeidsaanbod. Ze omvat de binnenlandse gesalarieerden, de binnenlandse niet-gesalarieerde werkgelegenheid, h...
2) Iedereen tussen 15 en 65 jaar die werk heeft of zoekt voor 12 of meer uur per week. De beroepsbevolking is op te delen i...
3) het deel van de totale bevolking in de leeftijd tussen de 15 en de 65 jaar, dat een baan heeft of als werkloos bij het ...
4) hiertoe behoort iedereen met een baan plus de officiële werkloosheid. Externe link: arbeidsmarkt ...
5) Het deel van de bevolking dat werkt om geld te verdienen en alle mensen die beschikbaar zijn om te werken (werklozen)....
Toon uitgebreidere definities

Tips en mededelingen
Tip: Woorden.org blijft geheel gratis en volledig doorzoekbaar.

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat de lengte van de omschrijving
Steeng (1002)
beroepsbevolking (2274)
Miliaire (679)
Satie (2634)
Lynfa (687)
Steena (692)
Ce (4757)
salpeterzuur (1102)
Rutsche (610)
remissie (1175)
schatplichtig (890)
Piea (735)
Ce (4757)
saffiaan (921)
salpeterzuur (1102)

Uit cache
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...