berijden

werkw.
Uitspraak:  [bə'rɛidə(n)]
Vervoegingen:  bereed (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bereden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) rijden op (een fiets, motor, paard, kameel enz.)
Voorbeelden:  `De kinderen bereden makke pony's.`,
`een zware motor berijden`
bereden politie  (agenten te paard)
je stokpaardjes berijden  (meningen verkondigen die je altijd al verkondigt)
een man berijden  (met hem vrijen terwijl je op hem zit)

2) rijden over (een weg)
Voorbeelden:  `een druk bereden pad`,
`verbod om het strand te berijden`
Je kunt het dorp in een half uur berijden.  (het duurt een half uur om naar het dorp te rijden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
rijden

4 definities op Encyclo
  1. beroeren, kwellen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik bereed, heb bereden), rijden op, - over;
  3. •het voortbewegen op een dier of voorwerp, zo kun je een paard berijden of een fiets.
  4. 1) Het rijden op een dier 2) Rijden 3) Rijden op een paard
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `berijden`.