de bengel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['bɛŋəl]
Verbuigingen:  bengel|s (meerv.)

ondeugende jongen of meisje
Voorbeeld:  `je hebt engeltjes en bengeltjes`
Synoniem:  kwajongen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
deugniet guit kwajongen ondeugd schavuit vlegel

6 definities op Encyclo
  1. deugniet Jaar van herkomst: 1635 (WNT )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), klokje, tong in de klok; [figuurlijk] lomperd; (zeew.) klok op een koopvaardijschip. ~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik bengelde, h...
  3. 1) Akelige jongen 2) Apenkop 3) Brak 4) Deel van een klok 5) Deel van een uurwerk 6) Deugniet 7) Doerak 8) Guit 9) Handgreep 10) Handvat 11) Hangjongere 12) Horlogekettin...
  4. stout kind, vooral een jongen, maar soms ook een meisje
  5. kleine luidklok.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bengel:
bengelenbengels

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bengel (deugniet)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bengel`.