de bel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bɛl]
Verbuigingen:  bel|len (meerv.)

apparaat waar je op drukt of aan trekt en dat een rinkelend geluid maakt
Voorbeelden:  `deurbel`,
`fietsbel`,
`De bel gaat.`
aan de bel trekken  (alarm slaan)
belletje trekken  (ondeugend spel waarbij je ergens aanbelt en dan hard wegrent)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
klok plas schel

Spreekwoorden en zegswijzen
• de kat de bel aanbinden. (=een begin maken aan een gevaarlijk werk.)
• de kat de bel aanbinden (=een netelige kwestie ter sprake brengen)
• aan de bel trekken. (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Bellen: (het belt / de bel gaat) Is het belt correct?

15 definities op Encyclo
  1. een schel - Jaar van herkomst: 1236 (CG I Gent ) gasbolletje - Jaar van herkomst: 1586 (WNT bel III ) geluidseenheid - Jaar van herkomst: 1950 (GVD )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (B.m. en v.), (-len), klein werktuig om te luiden, schel; [spreekwoord] der kat de - aanbinden, de eerste zijn bij eene hachelijke o...
  3. Een rond, schaalvormig metalen voorwerp in de vorm van een klok of halve bol al dan niet met klepel, bedoeld om een muzikale klank voort te brengen ter oproep of ten teke...
  4. Bel is een Hindoestaanse meisjesnaam. Het betekent `heilige hout, appel boom`.
  5. een rond schelletje, dat men den vogel aan den linkerpoot vastmaakt. - Falkenschelle. Grelot
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bel:
bel aanbel afbel opbel terugbel-etagebelaadbelaaddebelaaddenbelaadtbelaagbelaagdbelaagdebelaagdenbelaagtbelabberdbelachelijkbelachelijkheidbeladenbeladenheidbelagen
Toon alle woorden die beginnen met bel

Deze woorden eindigen op bel:
abominabelacceptabelaimabelalarmbelbejubelbeknibbelbemeubelBijbelbobbelbrabbelbubbelcapabelchantabelcomfortabelcompatibelcomptabeldecibeldeurbeldobbeldriedubbel
Toon alle woorden die eindigen op bel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bel (geluidseenheid)
  2. bel (luchtblaasje; bobbel)
  3. bel (schel, klok)
  4. bel = Baäl
  5. bel


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bel` kennen.