banaliseren

werkw.
Uitspraak:  [banali'zerə(n)]
Verbuigingen:  banaliseerde (verl.tijd enkelv.)
Verbuigingen:  heeft gebanaliseerd (volt.deelw.)

niet serieus nemen en daardoor tot iets banaals maken
Voorbeelden:  `de Holocaust banaliseren`,
`Het satirische stuk banaliseert alle religies.`

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Juist gespeld: 'banaliseren' komt voor in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 87% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `banaliseren`.